Licht- en donkerkiemers.

Veel zaden worden met grond bedekt, ze heten daarom ‘donkerkiemers’.
Een vuistregel is dat twee keer zo diep wordt gezaaid als
de dikte van het zaad. Slazaad is evenwel geen donkerkiemer; hoe
diper gezaaid wordt des te langer de kieming gaat duren. Dek het
zaad lichtjes af met wat wit zand en druk het zachtjes aan zodat het contact maakt met de grond.

Vochtbalans

Als je in kleine, plastic bakjes voorzaait doe dat dan in licht vochtige grond; wees voorzichtig met
sproeien nadat de zaadjes zijn gelegd. Ongemerkt
worden ze te nat of komen bloot te liggen. Binnenshuis
heerst vaak een te droge, warme lucht waardoor
de kiempjes het benauwd gaan krijgen. Dek het bakje
daarom af met doorzichtig plastic of cellofaan. Dit
houdt het vocht dat verdampt binnenboord. Als het
bakje er te nat uit gaat zien (gevoelskwestie) verwijder
dan het afdekmateriaal enkele uren en leg het
daarna weer terug. Het wordt definitief verwijderd
als het kiemplantje duidelijk zichtbaar is.

Voorzaaien van ‘warme’ groenten

Het opkweken van tomaten, paprika’s, pepers, aubergines, meloenen en komkommers, maar ook
van courgette en pompoen stel je uit tot later. Ik weet dat het tegen dovemansoren gezegd wordt
maar begin je eerst te realiseren wanneer je met die planten naar buiten kunt: ze hebben immersvoldoende warmte nodig, kunnen geen nachtvorstje
verdragen, koude en vochtige groeiomstandigheden bevorden
schimmelvorming. Dus, waar doe je het voor? Als je
zicht hebt op de tijd die verloopt tussen zaaien en uitplanten
in de vollegrond (de zaaiagenda helpt je erbij) weet je ook
wat de meest geschikte periode is om te zaaien. Begin er in
februari nog maar niet mee.

Afharden

En weer geduld opbrengen! Ik weet dat het lastig is om met
je binnenshuis volgroeide planten niet direct naar buiten te
stormen als een heerlijk zonnetje je in opperste staat van opwinding
brengt. Die plantjes willen ook zon, ja zeker maar zelf ga je ook geen uren
in de lentezon liggen. Daar kan je huid nog niet goed tegen. En zeker ‘s avonds en ’s nachts verkies je
weer je warme binnenverblijf. Gun je planten ook de tijd om te wennen, breid het aantal uren in hun
‘buitenverblijf’ steeds verder uit totdat de tijd is gekomen om ze ook ’s nachts (als het niet te koud is)
buiten te laten. Je bent zeker wel een week verder voordat ze naar hun definitieve plaats in de
vollegrond kunnen verhuizen.

Bron: Groenmoes