Om te kunnen genieten van groenten uit eigen tuin hoef je heus geen enorme lap grond te hebben of een volkstuin te nemen. Met deze informatie slaagt het moestuin aanleggen altijd.

Ligging van de moestuin

Misschien wel het belangrijkste voor een vruchtbare moestuin: de ligging. Let op de volgende aandachtspunten als je een moestuin aanleggen gaat .
•Zorg dat de grond vlak is en iets afloopt naar het zuidoosten of zuidwesten, zodat (regen)water weg kan lopen.
•Laat de ligging van de moesbedden van noord naar zuid lopen. Dan kan de zon tussen de rijen door schijnen, waardoor de gewassen gelijkmatig rijpen.
•Kies een zo zonnig mogelijke plek waar minstens zes uur per dag de zon schijnt.
•Leg de moestuin niet in de schaduw van bomen.
•Zorg voor bescherming aan de noord- en noord-oostkant tegen de wind.

Moestuingrond voorbereiden

Inspecteer de grond waar je je moestuin aanleggen wilt. Plakt de grond aan je laarzen, dan is hij nog te vochtig en nog niet klaar om ingezaaid te worden. De grond kan pas ingezaaid worden als de oppervlakte droog en kruimelig is. Schoffel de bovenste 7,5 tot 15 centimeter van de grond goed door. Gebruik voor het egaliseren en gladmaken beide zijden van de hark. Gebruik de tanden om de grond in kleinere stukjes te breken en de platte kant om de grond te verdelen. Ga ermee door tot de grond er mooi egaal uitziet.

Moestuin indelen

Maak de bedden niet breder dan één meter met daartussen paden van zo’n dertig centimeter. Dan kun je makkelijk zaaien, schoffelen en oogsten zonder al te ver te moeten reiken. Leg je een hoofdpad aan, maak dat dan 75 cm breed als je er met een kruiwagen overheen wilt kunnen rijden. Een goede indeling is het moesgedeelte in acht bedden te verdelen. Daarmee kun je alle groenten telen en voor de blad- en vruchtgewassen (die over het algemeen het meest populair in de keuken zijn) iets meer ruimte nemen. Bij combinatieteelt vind je welke gewassen elkaar gunstig en ongunstig beïnvloeden, houd daar rekening mee!

Moestuin zaaien

Hoe je de moestuin zaaien gaat hang af van het soort gewas dat wilt kweken. Hieronder vind je drie regels die je moet aanhouden tijdens het zaaien. Een moestuin zaaien kan daarnaast op twee manieren: in rijen of breedwerpig. Lees meer bij zaaien in volle grond.

Heb je nog geen moestuin? Lees dan eerst bij moestuin aanleggen hoe je je eigen moestuin begint. Wil je je moestuin aanleggen in bijvoorbeeld een moestuinbak? Lees dan verder bij zaaien in bakken.

Moestuin zaaien

Als je een moestuin zaaien gaat houd je dan aan de drie onderstaande regels. Weten wanneer je wat kunt zaaien? Kijk dan in de moestuin zaaikalender.
1.Hoe groter de zaden, hoe dieper ze gezaaid moeten worden. Tuinbonen, bijvoorbeeld, zijn vrij groot en worden zeker vijf centimeter diep gezaaid. Slazaadjes zijn klein en worden niet dieper dan een halve tot één centimeter gezaaid.
2.Zaai vooral niet te dicht, omdat de planten dan langgerekt, niet stevig genoeg en daardoor vatbaar voor ziekten worden. Vermeng daarom fijn zaad met vochtig zand en zaai ze dan uit. Of schaf er een speciale zaadstrooier voor aan, instelbaar op de grootte van de zaden.
3.Druk na het zaaien de grond goed aan en maak die vochtig. Gebruik daarvoor nooit een harde waterstraal, maar bijvoorbeeld een gieter met een omgedraaide broeskop. Daarmee loop je minder kans dat het zaad weggespoeld wordt.

In rijen zaaien

Om in rijen te zaaien worden geultjes getrokken, die na het zaaien weer worden dichtgemaakt. Trek zo’n geultje met een cultivator of door een lange steel van een stuk gereedschap met de voet in de grond te duwen.

Breedwerpig zaaien

Strooi het zaad over de grond uit en hark vervolgens in. Geschikt voor snelle groeiers. Zorg dat het zaad gelijkmatig over het oppervlak wordt verdeeld.

Wisselteelt en combinatieteelt

Het jaar na jaar in hetzelfde bed telen van dezelfde soort groente zorgt voor problemen. Bij koolgewassen bevat de grond na verloop van tijd bijvoorbeeld nog maar weinig stikstof en worden de planten ziek. Daarom is het verstandig om moesplanten niet continu op hetzelfde stukje grond te verbouwen, maar van bed te laten wisselen. Daardoor wordt de balans tussen de behoeften van planten en het voedselaanbod van de grond hersteld. Als een bed te groot is voor één gewas, dan kun je dat combineren met gewassen die dezelfde bodemeisen stellen.