Een blik in de zaaiagenda leert me dat ik in de maand juli niet alleen kan oogsten maar nog steeds
kan zaaien voor een opbrengst in hetzelfde jaar.
________________________________________________________________________________________________________________________

Bloemkool kan in feite jaarrond geteeld worden. Alleen zullen we in de kouder wordende jaarhelft
(september-februari) maatregelen moeten treffen om een oogst zeker te stellen. De herfst- en winterteelt
die in juni/juli begint is feitelijk de gemakkelijkste teelt. We hoeven niet voor te zaaien en te verspenen, er is
geen afdekking nodig; je kunt direct ter plaatse zaaien en door de hoge dagtemperaturen verloopt de kieming vrij vlot.
Waar ik je op wil wijzen is de keuze voor een herfstras of een winterras. Het lijkt misschien vreemd dat je op 8 juli een herfstras kunt telen en een paar weken eraan voorafgaande  (25 juni) al met een winterbloemkool aan de slag kunt. De verklaring is dezelfde als bij vroege en late aardappelen.
De teeltperiode van een winterras is nu eenmaal beduidend langer dan van een herfstras. Kies je bijv.
voor Herfstreuzen of voor Romanesco (torentjesbloemkool) dan is begin juli het laatste zaaimoment
om er voor te zorgen dat deze bloemkool nog in november kan worden geoogst. De langzame groei
van de winterbloemkool zorgt in de winterperiode voor een groeistilstand waarna in april/mei van
het erop volgende jaar geoogst kan worden. Herfstbloemkool is niet tegen vorst bestand, winterbloemkool
kan temperaturen van -10 ˚C tot -14 ˚C verdragen.

Zaai rode bietjes niet meer na half juli. De kans is anders klein dat ze nog zullen rijpen voordat de winter invalt. Waarschijnlijk
is er door het oogsten van andere groenten (peulen, doperwten, aardappelen, sla) enige ruimte in de tuin
vrijgekomen om meer te zaaien dan je misschien van plan was. Oogst en consumptie hoeven namelijk niet samen te
gaan. Zolang het niet vriest laat je de bietjes in de grond zitten tenzij overvloedig hemelwater of aanwezigheid van
muizen je op andere gedachten brengen. In dat geval haal je
ze uit de grond, laat ze drogen en draai je er het loof af (niet afsnijden). Leg de bietjes een voor een
in een kist met licht vochtig zand, eventueel in meerdere lagen boven elkaar, maar zodanig dat de
bieten elkaar niet raken. Zet de kist in een vorstvrije ruimte en je kunt er een winter lang van
genieten. Dus… als je genoeg ruimte in je tuin hebt zaai dan extra veel bietjes.

Worteltjes kunnen we nog tot eind juli zaaien om nog in November daarop volgend te kunnen oogsten. Net als bij de
teelt van aardappelen en bloemkool kunnen we ook hier spreken van vroege en late rassen. De late rassen noemen
we winterwortelen en de teeltperiode is zo lang dat we die misschien nog begin juli kunnen zaaien, maar later zeker niet
meer. In de zaaiagenda wordt hiervoor slechts één moment genoemd (medio mei). Je kunt het in april of juni best wel
proberen maar de risico’s zijn gewoon groter (begin april nog te koud, eind juni te korte periode). Zomerworteltjes kiemen bij hogere temperaturen sneller dan de worteltjes die we in maart of april hebben gezaaid. Ik
heb eens geprobeerd om te zaaien in september vanuit het idee dat ik een teeltvoorsprong zou
krijgen als ze als goed beschermd jong plantje de winter in zouden gaan. Hoewel ze de winter wel
doorkwamen lieten ze zich toch niet voor de gek houden. Worteltjes zijn namelijk planten die in het
tweede jaar in bloei schieten wat ze toen ook prompt deden. Je kunt het zo laat in het jaar nog wel
met doperwten en tuinbonen doen – die moeten immers bloeien voordat je kunt oogsten – maar
oogst in november liever te kleine worteltjes dan dat je ze de winter doorhelpt.

(met dank aan Dhr. Hans van Eekelen, Auteur Groenmoes.)