Ik wil geen adviezen geven over gewasbescherming maar een paar tips kunnen toch wel handig zijn.
En dan bedoel ik eigenlijk dat ik naar manieren zoek om te voorkomen dat insecten hun eitjes bij of
op de groenteplanten afzetten of dat schimmels ondergronds de wortels kunnen aantasten. Het zijn
in feite middelen die in een natuurrijke omgeving – zonder ingrijpen van mensen – al lang bestaan.
Een natuurrijke omgeving bevat automatisch een grote diversiteit aan planten en trekt daarbij eveneens
een diversiteit aan insecten aan. Er zijn planten die elkaar versterken en er zijn insecten die
elkaar bestrijden. Als in de natuur planten het loodje leggen dan horen ze kennelijk niet bij elkaar
thuis en wat overblijft zal alleen maar weerbaarder zijn. Je kunt van die wetenschap in de tuin handig
gebruik maken door te beginnen met het zaaien en planten van een grote verscheidenheid op een
kleine oppervlakte.

Wat dat betreft zijn de vierkante-meterbakken een uitstekend hulpmiddel om zo
veel mogelijk verschillende soorten groenten naast elkaar te telen. Omdat niet snel dezelfde groente
op dezelfde plaats zal terugkeren zal het bodemleven (schimmels, bacteriën, insecten) zich telkens
aan andere omstandigheden moeten aanpassen en zullen bijvoorbeeld aaltjes die van je aardbeiplantjes
houden of schimmelsporen die het gemunt hebben op je koolplanten diezelfde planten niet een tweede keer tegenkomen. Bovendien, als veel verschillende soorten bij elkaar staan wordt het alleen maar lastiger voor insecten (vlieg, mot, vlinder, luis) om de plant van hun voorkeur terug te vinden.

Misschien staat er wel een plant dichtbij die ze met hun geur afschrikt. Zo kun je van je
groenteveldje ook een bloemenveldje maken als je er goudsbloemen, kamille, dille, borage, basilicum, afrikaantjes of Oostindische kers tussen plant. De een (goudsbloem) weert mieren af, de ander (Oostindische Kers) trekt luizen aan zodat voorkomen wordt dat luizen op je groenten terechtkomen en van afrikaantjes is bekend dat ze met hun wortels een bepaald soort aaltjes kunnen vernietigen.

Heb je er geen weet van welke combinaties het meest geschikt zijn, probeer dan gewoon eens wat uit. Ik heb een aantal jaren veel last van mieren in mijn groentebedden gehad totdat ik overal goudsbloemen tussen plantte. De mieren zijn ‘gevlucht’ en huizen liever onder de warme deken van de aspergebedden dan dat ze nog één poot(je) tussen de groente willen zetten. Oostindische Kers mag bij mij ook zijn gang gaan (ik toom hem regelmatig in) maar luizen aantrekken gebeurt toch maar sporadisch. Nogmaals, gewoon proberen.

Wat hiervoor is geschreven over gewasbescherming is een vorm van preventie: hoe kan ik voorkómen dat mijn groenteplanten worden aangetast.

Er is nog een tweede vorm van preventie, al even natuurlijk als de hiervoor genoemde. Het is wel een manier
waarbij meer van mijn ondersteunende rol wordt gevraagd. In of bij mijn tuin vind ik smeerwortel, rabarber, heermoes en
brandnetel. Deze planten zijn in staat mijn groenteplanten weerbaarder te maken tegen schimmels en insecten. Op zich heel
eenvoudig: ga regel-matig met de heggenschaar langs, deponeer de bladeren in een emmer water, laat ze een paar weken staan, roer regelmatig om tot het goedje – door gisting - gaat stinken, zeef daarna het blad eruit, verdun de plantengier met water in een verhouding van 1:10 en spuit dit vervolgens regelmatig over je groenteplanten.

Ik kan geen garantie geven dat genoemde middelen helpen. Wat lukt is mooi meegenomen, wat mis
gaat hoeft nog geen probleem te zijn. Wie dezelfde soort groenten over meerdere percelen èn in tijd
(verschillende perioden van het jaar) verdeelt heeft meer kans van slagen dan wie dezelfde
groentesoort eenmalig in monotone rijen heeft gezaaid. Als er dan ‘een vijand’ komt is het hele
perceel de klos.

Met dank aan Dhr. Hans van Eekelen, Auteur van groenmoes.